Mastenbroek

In het hart van Nationaal Landschap IJsseldelta ligt polder Mastenbroek. Vroeger was Mastenbroek een laaggelegen veengebied dat regelmatig werd overstroomd door de IJssel, de Vecht en het Zwartewater. Maar ook de Zuiderzee had vrij spel in dit gebied, totdat er zeedijken werden aangelegd. De oudste zeedijken dateren van circa 1100, de bedijking van Mastenbroek werd aan het einde van de 14de eeuw afgerond. In de Middeleeuwen werd het gebied op extensieve wijze beweid en daaraan dankt het ook zijn naam: een moerassig land (broek) waarop het vee werd vetgemest (gemast).

Van oorsprong is de Mastenbroekerpolder geen echte polder in de zin van een droogmakerij. Het is een nat veengebied dat door een systeem van sloten en vaarten werd ontwaterd, waardoor het geschikt werd voor intensief gebruik. De indeling van het gebied vond plaats volgens het plan van landmeter Frederik Stoeve, die het gebied zijn kenmerkende geometrische verdeling gaf. De unieke kenmerken van het gebied met zijn rechte wegen en weidse uitzichten over het polderlandschap zijn gebleven, ook na de ruilverkaveling in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Bij die gelegenheid werd ook de afvoer van het oppervlaktewater en de ontsluiting van het gebied verbeterd. De bestaande weteringen werden gedempt en omgebouwd tot verkeersweg. De nieuwe wetering werd gegraven aan een zijde van de weg, aan de andere kant werd een bermsloot aangelegd.

Het oude stoomgemaal d’Olde Mesiene uit 1856 is gerestaureerd en wordt sinds 1984 door vrijwilligers onderhouden. Op bepaalde dagen in het zomerseizoen is het gemaal in bedrijf en voor publiek toegankelijk.

In het centrum van Mastenbroek zijn de kerk en de school nog steeds markante trefpunten voor de Mastenbroekers. De trots voor hun omgeving blijkt uit hun enthousiasme en de vele initiatieven die door de bewoners genomen zijn om Mastenbroek ook voor bezoekers, recreanten en toeristen aantrekkelijk te maken.