Kampereiland

Rust, stilte en weidse vergezichten, dat is Kampereiland. Grazende koeien verraden de grootste activiteit op het eiland: de melkveehouderij. Kronkelende dijkjes, eeuwenoude terpboerderijen en de waterrijke natuur maken van Kampereiland een uniek stukje IJsseldelta.

Steeds meer waterliefhebbers, fietsers en dagtoeristen ontdekken de schoonheid van het Kampereiland. Terecht, want het is in vele opzichten uniek en waardevol. Het onderscheidt zich niet alleen door zijn natuurwaarden en cultuurhistorie, maar ook door zijn geologische geschiedenis. Het buiten de oude Zuiderzeedijk gelegen gebied is namelijk ontstaan door bedijking van op- en aanwassen langs de zich steeds verleggende rivier- en kreeklopen in het deltagebied. Restanten van deze lopen, zoals stroomruggen en geulen zijn er nog steeds terug te vinden.

In feite bestaat Kampereiland uit meerdere (voormalige) eilanden in de monding van de IJssel bij Kampen. Deze worden gescheiden door de verschillende stromen van de IJsseldelta, waaronder het Noorderdiep, het Ganzendiep, de Goot, het Keteldiep en - natuurlijk - de IJssel zelf. In de 19e eeuw bestond het huidige Kampereiland uit drie eilanden: Kattenwaard, Raas-Pijperstaart en Binneneiland. De drie eilanden waren van elkaar gescheiden door het Rechterdiep en het Noorddiep. In de 20e eeuw kreeg het Kampereiland zijn huidige vorm. Het Rechterdiep werd gedempt, het Noorddiep werd bij de IJssel afgesloten, het Kattendiep werd gegraven en nieuwe inpolderingen op de Zuiderzee vonden plaats (Rechterveld, Willem Meijerpolder, Stikkenpolder en Zwartemeerpolder).